Vygotskij voor het VO

Voor OMO heb ik een scripttalk gehouden over Vygotskij (zie hier). Het script heb ik hieronder uitgewerkt in een blog.

Op de afbeelding hieronder zie je Vygotskij. En ja dat kun je schrijven met een lange ij in plaats van y.

Vygotskij

Lev, voor vrienden. Meer over hem persoonlijk vind je op verschillende wiki’s (hier of hier). Dan moet je dus zoeken met de Y. Of het cyrillisch schrift kennen. Vygotskij is namelijk een Russisch psycholoog uit het begin van de 20ste eeuw.


In deze blog wil ik het verder niet over Vygotskij zelf hebben, maar over de zogenaamde Russische leerpsychologie, waar hij een van de grondleggers van is. Zijn naam is namelijk wel enigszins bekend in het VO (hij wordt maar liefst 3 keer genoemd in het handboek voor de leraar), maar zijn theorie echter nog nauwelijks.
Dus ja, dit wordt een theoretische blog

  • over het nut van een goede theorie;
  • over 30 jaar ervaring met de theorie in het onderwijs;
  • en misschien wel over seks (dus lees verder!).

De Russische leerpsychologie dus. Daar zijn boeken over volgeschreven. Het onhandige is, de theorie heeft verschillende namen. Maar dat is wat mij betreft ook het mooie eraan: het is geen dogmatische theorie en hij is niet af of van één groep of persoon. (Wel kunnen sommige groepen Vygotskianen wat sektarische trekjes hebben).
In het ene boek heet het bijvoorbeeld in het engels de sociocultural theory, in het andere culturalhistorical. Ook activiteitstheory of handelingstheorie wordt gebruikt, hoewel dat dan eigenlijk een onderdeel ervan of een naaste theorie is.
In Nederland spreken we van de cultuurhistorische activiteitstheorie. In het Engels afgekort met CHAT.

Wat ik vaak hoor als ik weer eens over Vygotskij begin is:

‘Oja, sociaal constructivisme en de zone van naaste ontwikkeling’.

Dat zijn terechte associaties, maar niet heel precies. Iets met klok en klepel. Helaas lukt het niet om de nuance in één blog te bespreken (zie dus de links en verwijzingen onderaan). Waar ik het wel kort over kan hebben is waarom en hoe we meer gebruik zouden kunnen maken van Vygoskij in het VO.

Ten eerste: We hebben een open, dynamische theorie nodig om niet met alle winden, trends en hypes mee te waaien.
Het onderwijs, en het beleid, heeft soms de neiging als een soort slinger tussen extreme posities te bewegen. Bijvoorbeeld tussen vorming/basisvaardigheden voor iedereen en gepersonaliseerd leren. De cultuurhistorische theorie kan die twee verbinden. Niet door een middenweg, maar door een derde weg. De theorie neemt namelijk de verschillen tussen leerlingen als uitgangspunt en stelt dat leren en ontwikkelen altijd in een gemeenschap in een activiteit gebeuren.
Niet ieder voor zich, of one-size fits all, maar in dialoog samen allemaal een stapje verder komen, waar je alleen niet gekomen zou zijn.
Hierin zie je dus ‘de zone van naaste ontwikkeling’ terugkomen.

Die ‘zone’ is dat deel van de activiteiten van de leerling waar ze nog hulp nodig heeft van anderen, bijvoorbeeld van de leraar.
De zone van naaste ontwikkeling is het concept om eens anders naar differentiatie te kijken. En daarvoor zouden we ook eens goed naar het primair onderwijs kunnen kijken.

Zo kom ik bij punt twee.
In het basisonderwijs is al 30 jaar ervaring met het werken vanuit Vygotskij.
Zo’n 300 basisscholen werken min of meer aan de hand van cultuurhistorische theorie. Min of meer, want typisch aan die scholen is dat ze dat allemaal anders doen: de theorie is namelijk niet dogmatisch! Die scholen noemen zich OGO scholen (ontwikkelingsgericht onderwijs.
Er is zelfs een heuse OGO-academie.

Onderzoekers, schoolbegeleiders en leraar hebben samen inmiddels al veel instrumenten ontwikkeld die we met wat kleine aanpassingen zo in het VO kunnen gebruiken.

Zo is er een bijvoorbeeld een leerlingvolgsysteem waarmee ook onderwijs ontworpen worden (HOREB).

Dat is dus niet alleen een administratief systeem (à la Magister), maar een hulpmiddel bij het inhoudelijk vormgeven van het onderwijs. Het is niet zo heel ingewikkeld om dat ook te door te ontwikkelen voor het VO.

Ten derde, had ik al gezegd dat de theorie niet dogmatisch is? Daarbij is CHAT dus niet voorschrijvend in de zin van één model dat altijd werkt. En beschrijft ook nadrukkelijk een rol voor de leraar.
Het is zogezegd een open theorie. Het gaat erom dat de leraar de ruimte krijgt om met de leerlingen, de inhouden, de doelen en de omgeving het onderwijs vorm te geven. Met andere woorden, het maakt van de leraren geen ‘domme’ uitvoerders van methoden, procedures en beleid, maar professionals die samen voortdurend onderwijs maken. Dat is (soms) wat meer werk bij het voorbereiden, maar levert ook veel inspirerender onderwijs op voor alle betrokkenen.

Tot slot zou ik het willen hebben over double stimulation.

Helaas heb ik daar meer voor nodig dan een paar alinea’s in deze blog en moet ik je daarvoor voor nu doorverwijzen naar een internetzoekmachine. Voorzichtig wel met klikken, want voor je het weet kom je dan op obscure websites. En zo zijn we dus bij de beloofde seks.
Fijn dat je bent blijven lezen 😉

Wil je meer lezen, check de informatie onder deze blog en contact mij gerust als je meer over Vygotskij wil lezen en leren.

Meer informatie over Vygotskij persoonlijk:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lev_Vygotski
https://en.wikipedia.org/wiki/Lev_Vygotsky

Meer over de theorie
https://en.wikipedia.org/wiki/Cultural-historical_activity_theory
Meer over OGO:
http://www.ogo-academie.nl/
De Vygotsky foundation:
http://www.vygotskijfoundation.nl/

Over de derde weg:
Van Oers, B. (2005). Carnaval in de kennisfabriek. Inaugurele rede. Vrije Universiteit.
Van Schaik, M., & Molter, J. A. (2015). Ontwikkelingsgericht onderwijs in het vmbo. Een derde weg naar betekenisvol onderwijs. Van 12 Tot 18, 25(5), 8–10.

Over het leerlingvolgsysteem
https://www.horeb-po.nl/

En tot slot double stimulation 😉
http://education.stateuniversity.com/pages/2539/Vygotsky-Lev-1896-1934.html