SchoolOntwikkelLabs: oproep voor pilotscholen

Engestrom_triangle_single

Engeströms beroemde driehoek

Geïnspireerd door Engeströms Change Labs (1996) en Daniels’ invulling in een onderwijssetting daarvan (Daniels, 2008), broedt bij mij al lange tijd het idee van SchooOntwikkelLabs. Ik ben daarom op zoek naar scholen waarmee ik van onderaf onderwijs kan ontwikkelen. Onderwijs dat onderbouwd is met meer dan ‘wat werkt’ gegevens en consistentie kent in visie, beleid en uitvoering.

Nu er een Alternatief deel 2 aan zit te komen, waarin ik een hoofdstuk mag schrijven over hoe de theorie over activiteitssystemen helpt het onderwijs te flippen, wil ik aan de slag met het verder uitwerken en uitproberen van dat concept. Daarvoor heb ik scholen nodig. Ik ben daarom op zoek naar scholen waarmee ik van onderaf onderwijs kan ontwikkelen dat onderbouwd is met meer dan ‘wat werkt’ gegevens en consistentie kent in visie, beleid en uitvoering.
Een school die mee doet
– krijgt school- en teamontwikkeling op maat;
– maakt een start met het ontwikkelen onderwijs van onderaf (geflipt);
– overstijgt de ‘wat werkt’ vraag;
– start met het ontwikkelen van consistentie in beleid & uitvoering;
– krijgt theoretisch onderbouwd inzicht in de verschillende activiteiten op school;
– wordt begeleidt bij een eerste begin van het zelf ontwikkelen van tools voor de afstemming van die activiteiten;
– bepaalt achteraf wat het lab waard was.
Contact via het contactformulier onderaan deze tekst.

Vygotsky’s double stimulation is het methodologisch wetenschappelijk model. Double stimulation is de interventiemethode van Vygotsky waarbij niet zozeer alleen naar de uitkomst gekeken wordt, maar waarbij participanten een tool krijgen en de onderzoekers dan vooral kijken naar hoe die tool ingezet wordt voor een doel (dit is een veel te beknopte omschrijving. Voor een uitgebreide beschrijving zie Engeström, 2009). Zowel Engeström als Daniels gebruiken deze methode in hun ‘Developmentntal Work Research’, wat ik vertaald heb met SchoolOntwikkelLabs.
Het idee is dat onder leiding van onderzoekers de teams op zoek gaan naar contradicties in hun werk met behulp van de tools die de activiteitstheorie (de ‘driehoeken van Engeström, zie onderstaande figuur). Engestrom_triangle_single

Meestal liggen die contradicties op de grenzen van verschillende systemen, bijvoorbeeld tussen het team en de schoolleiding. Akkerman & Bakker (2011) hebben de rol die grenzen spelen verder onderzocht.
Nu er een Alternatief deel 2 aan zit te komen, waarin ik een hoofdstuk mag schrijven over hoe the theorie over activiteitssystemen helpt het onderwijs te flippen, wil ik aan de slag met het verder uitwerken en uitproberen van dat concept.
Vrij naar Daniels en Engeström houdt een SchoolOntwikkelLab het volgende in:
– In principe gaat het om 6 bijeenkomsten van twee uur;
– docenten brengen casussen in waarin leertrajecten/leerlingprojecten en/of lessenseries ingebracht worden;
– als groep analyseren we die m.b.v. de tools van Engeström/Akkerman & Bakker (activiteitssystemen, grenzen);
– we werken met drie borden waarop a) tegenstellingen tussen systemen, b) tools, c) ideeën ter verbetering;
– we zetten video in voor onderzoek en reflectie op eerdere bijeenkomsten;
– we maken zo een start met school- en teamontwikkeling vanuit de bestaande praktijk.
Doel is grenzen en drempels te ontdekken en overkomen die school/onderwijsontwikkeling in de weg staan en zo over grenzen van systemen aan een gezamenlijk object te werken. Dat object kan klein zijn (interventies in de klas, een lessenserie), of wat groter (een gedeeld visiestuk, uitgangspunten voor beleid).

Een SchoolOntwikkelLab kan als object waaraan gewerkt wordt een data-analyse hebben, vergelijkbaar met de datateams uit Twente (Schildkamp & Poortman, submitted). Datageïnformeerd werken in brede zin past prima binnen deze labs. Groot verschil met deze datagedreven onderzoeksaanpakker en de labs, is de nadruk op analyse en sturing vanuit theorie. Een schoolontwikkellab analyseert met behulp van de activiteitstheorie van Engeström de processen en contradicties in de praktijk, terwijl datateams toch eerder van bestaande (kwantitatieve en kwalitatieve) data uitgaan, of in ieder geval een probleem analyseren dat met beschikbare data mogelijk opgelost kan worden.
De theoretische sturing zit op twee niveaus. Ten eerste is de methode van ‘double stimulation’  gefundeerd in de cultuurhistorische activiteitstheorie en wordt vanuit die theorie nog steeds verder ontwikkeld. Ten tweede zullen de tools die door de onderzoekers ingezet gaan worden ook uit die theorie komen, hoewel dat niet noodzakelijk is. (Ter vergelijking: in de literatuur over datateams wordt niet één  specifieke theorie benoemd, maar eerder onderzoek waarin definities geformuleerd worden en worden bij het formuleren van hypotheses ervaringen in plaats van theorie gebruikt (Schildkamp & Poortman, submitted)).

Kortom, ik ben voor het hoofdstuk in het Alternatief deel 2 op zoek naar een school (of scholen) die een pilot wil uitvoeren van een SchoolOntwikkelLab, liefst in de regio West Brabant/Zeeland. De school en het team moeten open staan voor een kritische reflectie op hun eigen praktijk en willen werken aan de eigen ontwikkeling als team met behulp van praktijkonderzoek. Als pilot zou een kortere periode dan de boven genoemd denkbaar zijn (2 x 2 uur of 1 x 4 uur). De pilot moet voor januari afgerond kunnen worden. Waardebepaling gebeurt achteraf (http://www.waardebepalingachteraf.info/).

Akkerman, S., & Bakker, A. (2011). Boundary crossing and boundary objects. Review of Educational Research, 81(2), 132–169.
Daniels, H. (2008). Institutions as historical products: analyzing communicative action as it brings about change.
Engeström, Y. (2009). The future of activity theory; a rough draft. In: A. Sannino, H. Daniels, & K. D. Gutiérrez (Eds.), Learning and expanding with activity theory (pp. 303–328). New York: Cambridge University Press.
Engeström, Y., Virkunnen, J., Helle, M., Pihlaja, J., & Poikela, R. (1996). Change laboratory as a tool for transforming work (1996). Lifelong Learning in Europe, 1(2), 10–17.
Schildkamp, K., & Poortman, C. (submitted). Factors Influencing the Functioning of Data Teams. Teachers College Record. Retrieved from http://www.onderwijstraineeship.nl/uploads/tekstblok/factor_influencing_the_functioning_of_data_teams.pdf